Trekken van tand of kies
Als een tand of kies erg beschadigd is, erg scheef zit of geen houvast meer heeft in het kaakbot, kan het nodig zijn om ‘m te trekken. U krijgt een plaatselijke verdoving voor het gebied rond de tand/kies of een hele kaak. Dan wordt met instrumenten de tand of kies voorzichtig losgewrikt en getrokken. De wond wordt gehecht met hechtgaren, dat vanzelf verdwijnt. Als u pijn voelt nadat de verdoving is uitgewerkt, kunt u een pijnstiller als paracetamol nemen. Na de behandeling kunt u eventueel last krijgen van wat koorts, enige zwelling, nabloeding of een ontsteking. Overleg met uw tandarts wat u dan moet doen. Let op: als u antistollingsmiddelen gebruikt of hartklachten heeft, zijn er extra voorzorgsmaatregelen nodig voor het tanden of kiezen trekken! Meld dit dan ook voorafgaand aan de behandeling.
Wortelkanaalbehandeling
In tanden en kiezen zit van binnen een ruimte met levend weefsel, met name bloedvaten en zenuwen. In de wortel van de tand of kies heet deze ruimte het wortelkanaal. Door irritatie, infectie of beschadiging kan het weefsel ontstoken raken en zelfs dood gaan. De ontsteking veroorzaakt vaak een kloppende pijn, en is gevaarlijk voor de tand.

De tandarts maakt een röntgenfoto en dient een lokale verdoving toe. Daarna wordt een gaatje in de tand of kies geboord. Via dit gaatje wordt met kleine vijltjes al het ontstoken of afgestorven weefsel verwijderd. De tand wordt van binnen goed schoongemaakt en opgevuld. Na de behandeling kunt u wat last van pijn hebben. Dan kunt u bijvoorbeeld paracetamol gebruiken. Als de pijn erg sterk is, of meer dan vier dagen aanhoud moet u contact opnemen met uw tandarts.